Logboek: Concarneau "Storm Special"
Concarneau, 8 juli: we waren bij aankomst (6 juli, heel vroeg) zeer opgelucht dat we 'veilig' aan de touwtjes lagen in de beschutte 'avant-port' van Concarneau - ommuurd door een burcht uit 1300-nogwat en beschut voor bijna alle windrichtingen.
Dit leek ons een prima plek om de voorspelde storm, die ons deed besluiten niet de Golf van Biskaje over te steken, uit te zingen.
We hebben een prachtige dag, zonnig, volop zomer en komen lekker bij van de lange trip.
Woensdag 7 juli spuugt de NavTex de ene na de andere 'severe gale warning' uit en we zagen de barometer zeer snel terugvallen van 1020 mb naar 995 mb. En dat betekent wind, véél wind ... ook de weerberichten die in het havenkantoor hangen zijn weinig bemoedigend: 7-8 BF uit NW, met vlagen 9.
Het ziet er toch wel serieus uit en samen met Jan en Beate moeten wij grinniken om het idee dat wij anders met dit noodweer op Biskaye zouden hebben gezeten. Jan meent zelfs dat wij hun leven hebben gered! Dat gaat wat ver, maar desalniettemin besluit hij diezelfde avond eens lekker voor ons te gaan koken, wat wij natuurlijk niet afslaan - al twee weken horen we dat hij verschrikkelijk lekker vis kan klaarmaken.
's Middags begint het al stevig door te waaien. We hebben met alle lijnen die we hebben en ergens kwijt konden de boot zo goed mogelijk vastgelegd, springen van voor naar achter, dubbele lijnen, extra fenders opgehangen, en binnen alles opgeruimd.
Maar de wind begon al snel écht door te zetten ... lagen we eerst nog redelijk beschut, de wind begon zuidelijk te draaien en had nu vrij spel de haven in. De boot maakte al geweldige zwiepers, en op de steigers werd het opeens héél druk met mensen die nog meer extra lijnen gingen leggen, en de opmerkingen in de trant van van 'gutteguttegut .. wat waait ut" waren letterlijk en figuurlijk niet van de lucht.
Jani had eindelijk vis naar zijn kwaliteitseisen kunnen krijgen (vers: direct van de visser, die nacht gevangen) en stond tussen schuivende pannen druk te bakken beneden, terwijl wij de tafel probeerden te dekken ... maar ook de Jason helde zover over in de windvlagen dat de borden van tafel gleden - en dan lagen we nog vast in de haven!
Beate hing met twee pannen onder haar armen op de bank en uit de kombuis kwamen ook weer onvervalste plat-Duitse vloeken, want ook de pannen besloten een eigen leven te gaan leiden. Anita ontfermde zich over de geopende fles Spaanse rosé. Dit zou lastig eten worden ... sneu, want ze hadden erg hun best gedaan.
Op de steiger waaraan wij lagen, begon zich al een breuk te vertonen in het tweede gedeelte, maar wij dachten nog optimistisch dat wij daar geen last van zouden hebben ... de windvlagen werden echter steeds sterker, en ik liep terug naar de Silmaril om het een beetje in de gaten te houden. Ook bij de andere boten wordt druk afgehouden, extra lijnen geknoopt en er onstaat een opstootje bij de breuk in de steiger, waar men probeert met lijnen de boel een beetje bij elkaar te houden.
Het was inmiddels een angstaanjagend gezicht aan het worden, je ziet boten vér schuin hangen en bokken in de lijnen, het is gewoon een oorverdovende herrie van klapperende lijnen en de wind die fluitend door het want giert. Toch overheerste bij ons nog steeds de opluchting: dit was erg vervelend, van slapen zou niks komen ... maar we hadden op zee kunnen zijn en het dáár over ons heen gekregen hebben.
We hadden al wat brandweer- en politie-auto's met loeiende sirenes voorbij horen komen, maar zagen nu dat zich een knappe verzameling zwaailichten verzameld hadden bij het havenkantoor.
Op de buitensteiger waar de boten dwars aan de steiger lagen hadden we wel gezien dat deze boten het heel zwaar hadden, en we dachten dat het daarvoor was.
De heren pompiers en politie-agenten renden echter over onze steigers, en met zorgelijke gezichten ...
het bleek dat de steigers op meerdere plekken doormidden aan het breken waren!
We werden gesommeerd de boot zo snel mogelijk te verlaten en te verzamelen bij het havenkantoor! Het risico was te groot dat de steigers (met boten en al) zouden afbreken. Ik liep met dit nieuws terug naar de Jason, en Jani, die net de met veel zorg gebakken superverse visjes op de bordjes wilde scheppen, vroeg verbluft hoe hij nu de visjes warm moest houden ...
Nadat we hadden uitgelegd dat de kans vrij klein was dat we überhaupt op korte termijn zouden kunnen eten, hebben we op de boot snel de papieren bij elkaar gegrist en in de grab-bag (werd die ook eens gebruikt ...) gestopt, alle afsluiters dicht gedraaid, en voegden ons bij de anderen voor het havenkantoor. Daar zagen we op de windmeter dat de wind continu boven de 40-45 knopen stond, en in de vlagen opliep naar boven de 70! En 40-45 knopen is al 9-10 BF.... het werd ook duidelijk welke krachten er op de steiger moesten staan.
Er waren inmiddels veel brandweer- en politie-mannen, en duikers in de weer met staalkabels en het angstige vermoeden begon te rijzen dat we helemaal niet meer terug mochten naar de boot. Na een kwartier lijdzaam toekijken besloten we dan maar een hapje te gaan eten in een restaurant, misschien dat het daarna wat rustiger zou zijn en we terugkonden naar de boot ... de visjes van Jani konden we wel op onze buik schrijven.
De meeste Engelsen, laconiek als altijd, hadden de dichtstbijzijnde restaurants en bars al bezet, waren lekker aan de tetter gegaan en regelden maar alvast hotelkamers. Ze bleken gelijk te gaan krijgen! Bij terugkomst, zo rond 21.30 uur, kregen we te horen dat we die nacht niet terug mochten naar de boot.
Er was opvang geregeld in het "Centre d'Art et Culture", even verderop ... en in de stromende regen, recht tegen de storm, in zijn we daar maar heen gelopen. In een ontvangstzaal daar, heel toepasselijk uitkijkend op de tekeer gaande zee (heel bemoedigend, zo'n 'vue panoramique' op dat moment), werden we onthaald op koffie en cake. Alleen nog maar Fransen daar, de Engelsen maakten de bars nog onveilig.
Aan het einde van onze tafel zaten twee oude mannen, ze zagen er uit als zwervers, maar ze spraken wel Engels. Wij besloten dat dit een uitwisselingsprogramma met Franse clochards moest betreffen, die op hun beurt ergens onder de Tower Bridge vakantie zouden vieren ... helaas bleek later dat deze oudjes (82 jaar en één rond de 70) samen op vakantie waren en juist hun boot zou zwaar beschadigd blijken te zijn. Toen de oudste een deken kreeg aangereikt, trok hij zijn natte broek uit en sloeg de deken om zijn benen, en stond aan de Franse tafel te verkondigen "I am wearing a kilt!".
Rond ongeveer 23.00 uur kregen we hoog bezoek: de 'maire' van Concarneau met zijn linker- en rechterhand. In vloeiend Frans kregen we een heel verhaal, waaruit we destilleerden dat er slaapplaatsen werden geregeld in een school, ook 'even verderop' en dat we ons daar konden vervoegen. Nu iedereen net weer zo'n beetje begon op te drogen (de koffie en cake waren inmiddels al lang op) was de animo om daar weer heen te lopen aan de geringe kant, wat resulteerde in een 'shuttle-service' in de auto's van de burgemeester, zijn vrouw en opgetrommelde tante (vermoeden wij...).
De Engelsen, opvallend vrolijk en zelfs zingend, begonnen nu ook langzaam binnen te druppelen - de plaatselijke horeca heeft in ieder geval wél een goede avond gehad.... ook wij werden langzaam melig.
Het grappige is dat iedereen zich toch in de situatie schikt, en toenadering tot elkaar zoekt - het werd uiteindelijk best een leuke avond! Wij werden door de tante van de burgemeester keurig voor de school gedropt: dit bleek een internaat te zijn, waar de slaapkamers (mét echte stapelbedden) leeg stonden in verband met de zomervakantie. Per persoon kregen we een deken uitgereikt, lakens en kussenslopen waren helaas niet beschikbaar ... en na een vriendelijk 'Bon Nuit' zijn we maar gaan liggen.
's Nachts rond een uur of twee hoorden we nog hoe alle deuren op de gang één voor één werden geopend, gevolgd door een oprecht "Sorry ..." - een paar Engelsen die toch nog een slaapplekje zochten.
Vanmorgen om 08.00 uur kregen we het heuglijke bericht dat we terug mochten naar de boot. De steiger bleek op 5 plaatsen (!) doorgescheurd te zijn en was op diverse plekken met staalkabels en banden 'gestabiliseerd'.
De Silmaril bleek geen zichtbare schade te hebben - wat schaafplekken op de lijnen, maar ze heeft de steiger niet geraakt, gelukkig.
Ook de Janos van Jani en Beate is ongeschonden uit de strijd gekomen.
We blijken 'hot news' en er zijn diverse artikelen in de regionale krant gewijd aan de "Concarneau: Port de Plaisance évacué" en "Coup de vent: les pontons malmenés".
De Fransen geven óns nu ook een handje als we ze tegenkomen, vanmiddag kwam de burgemeester weer langs en ook daar kregen we zelfs een handje van .... Inmiddels is hét punt van discussie het feit of we nu wél of niet liggeld moeten betalen voor afgelopen nacht ... we hebben nog steeds geen stroom of water, en het zou toch van veel lef getuigen als ze de liggelden gewoon willen innen! Ook dit heeft de krant al gehaald .....

In Concarneau hebben wij met ongeloof naar de windmeters gekeken: gewoon continu ruim boven de 40-45 knopen en vlagen van boven de 70.

