Niet te lang twijfelen ... als je de gelegenheid hebt: GAAN!
Net als iedereen die plannen heeft langer of verder weg te gaan, hebben wij ook getwijfeld.
Hebben we hier wel voldoende ervaring voor? Kan onze boot dat wel aan, allemaal? Wat als ...?
We hebben maar één advies
(overgenomen uit de beginregels van de Offshore Cruising Encyclopedia van de Dashews) ...
niet blijven plannen en denken, gewoon gáán.
Onze ervaring is dat je voorzichtig aan telkens je grenzen iets verlegt. Dit moet je wel doseren en altijd voorzichtig blijven, vanzelfsprekend. Je moet het allebei wél leuk blijven vinden!
Vrouwlief's eerste Kanaaloversteek deden we met goed weer en overdag. Haar eerste nachttocht was van Isle of Wight naar Cherbourg. Steeds iets verder, met kleine stapjes.
Je gaat vanzelf grotere afstanden varen, hebt minder behoefte aan de 'bescherming' van de haven of marina, windkracht zes is helemaal niet erg (je schiet lekker op...) - je wordt minder bang voor het weer. De 'ongelukjes' of echt vervelende momenten hadden we bij het aanlopen van havens of ín de marina's!
Het blijft spannend, en dat is wellicht juist wel goed - je blijft geconcentreerd. Na een paar dagen op een leuke stek is het gevaar dat je niet meer wegkomt ... het daadwerkelijk vertrekken is na een paar dagen moeilijker, je bent weer even uit het ritme, je twijfelt over het weer en andere zaken.
Wij hebben nu de stelregel: als na twee of drie dagen de vooruitzichten gunstig zijn, dan gáán we, hoezeer we het op dat moment ook naar ons zin hebben - het volgende plekje is nl. ook weer leuk!
OVERIGE ERVARINGEN
- op de boot, onderweg of in de haven, vervelen we ons geen moment. We hadden veel boeken mee, maar lazen minder dan we hadden verwacht.
Wat doe je dan de hele dag? Weinig. Maar je verveelt je nooit. Het leven draait om boodschappen, diesel en water ... en verder hoef en moet je niets. Je zit simpelweg in een ander ritme. En snel ook. - je ontmoet leuke en interessante mensen. Je hebt al een gemeenschappelijke hobby, wat de opening makkelijker maakt, maar het gaat vanzelf.
Voor twee dagen of een week worden dat vrienden. De Engelsen, Nederlanders en Spanjaarden zijn zeer hulpvaardig: ze springen uit de kuip om je te helpen met aanleggen bijvoorbeeld. Ze komen een praatje maken - hoe zuidelijker je komt, hoe meer dit voorkomt.... vanwege de afstand die je dan hebt afgelegd ben je geen 'vakantie-zeiler voor drie weken onderweg' en dat schept een extra band, denk ik. - hulp is altijd voorhanden! Of er nu iemand de mast in moet, of je problemen hebt met de motor of de electronica, of de mast eraf moet, collega-zeilers staan klaar om je te helpen of anderzins het leven te veraangenamen.
Wij hebben een tijd in Trébeurden gelegen voor reparatie aan de mastvoet, en werden als troost door een groep Engelsen uitgenodigd om mee te gaan de stad in naar een leuk restaurantje, ze bleven in de haven bij af- en optuigen van de mast en hielpen mee.
Iedereen heeft zo zijn specialisme ... en ik heb hen weer kunnen helpen met onwillige electronica. - heel belangrijk: je ziet vaak op tegen trajecten, vanwege het weer of specifieke gevaren die voor een gebied worden aangegeven - maar het is ons achteraf altijd 'meegevallen'.
Ik denk dat dat komt omdat je anders zeilt ... in Nederland ga je weg voor een weekend of week, en als iets je niet bevalt aan de windrichting of het weer ben je in max. 2 uur in een andere haven. Als je van A naar B moet, moet je doorzetten.
Slecht weer of harde wind? Je went eraan, en na 3-4 uur is het 'normaal' en geniet je daar op een andere manier weer van. Iedere zeiler weet dat je beter op ruim water kunt blijven als iets je niet aanstaat, maar toch ... de haven trekt en je wilt naar 'binnen'!
Dat hebben wij een beetje afgeleerd: wij blijven 'buiten' als we het niet vertrouwen. Onze "hachelijke momenten" zijn vrijwel allemaal bij het aanlopen van en in de haven gebeurt.... -
wat op het IJsselmeer een 'lekker windje' is, is op zee te weinig. Je hebt echt minimaal 3 BF nodig om te kunnen zeilen, en 4-5 BF is prettig. Dan overwint de boot de deining en klapperen er geen zeilen.
Je hoeft veel minder op te letten of uit te wijken (eigenlijk nooit), en de effecten van een effectieve zeiltrim zijn beter merkbaar (en je hebt er een paar uur wat aan). - ons is opgevallen dat met name Nederlanders de effecten van (sterke) stroom onderschatten. Wij hebben in bijv. Lezardrieux, waar een behoorlijke stroming door de haven staat (waarvoor in de pilots ook wordt gewaarschuwd) Nederlandse jachten als botsauto's zien binnenkomen.
Het plaatsvervangende schaamrood stond ons op de kaken ... - tel altijd 1 BF op bij de voorspelde wind. Als er 5 BF wordt voorspeld staat er gewoon regelmatig 25 knopen ware wind op de windmeter.
Onderschat het effect van schijnbare wind niet: 6 BF achterlijk is heerlijk, en je hebt 4-5 over het dek, maar aan-de-wind heb je dan wel dik 7 BF over het dek staan! - omdat je van A naar B moet, en iedere haven een vreemde haven is met soms een lange, lastige aanloop gebruik je de motor veel meer dan je verwacht. Anita vind mij erg 'principieel' ten aanzien van motorgebruik (het is een zeilboot, zeg ik dan ...), maar in Santander hadden we, na 12 weken, wel 100 motoruren gedraaid.
- wij hebben deze trip aan onze water- (150 ltr), diesel- (75 ltr) en stroomvoorraad (210 Ah) altijd ruim voldoende gehad. Ik heb één keer met de motor stroom moeten draaien (bij de oversteek van Biskaje) en verder zijn onze accu's nooit meer dan 30-40% ontladen geweest.
Toch denk ik, omdat we later de 'kleinere' haventjes opzochten, meer wilden ankeren, we zeker niet 'overbemeten' waren, maar het kán dus (zeker tot Frankrijk / Spanje en Portugal) allemaal wat minder.

Eb, vloed en 
Water,