Via Duinkerken naar Boulogne

Vrijdag 4 juni 2004  zijn we het zat in Oostende en vertrekken als de wind wat minder wordt en uit een vriendelijker hoek gaat waaien naar Duinkerken. Verder zit er gezien de weersberichten niet in, en hoewel Duinkerken niet als een ‘aanrader’ wordt beschouwd ligt het wel op een lekkere dagafstand.

De aanloop werd even spannend, met een aanloopboei die niet bleek te liggen waar ze volgens de kaarten zou moeten liggen (we zijn in Frankrijk….!). Natuurlijk is dit het meest geschikte moment (zoekend naar de aanloopgeul)  om een forse regenbui mét bijbehorende wind (dik 6 BF) over ons heen te laten komen ….

‘Geen aanrader’ is voor Duinkerken nog voorzichtig uitgedrukt… de Hoogovens zijn er niets bij, het stinkt en de jachthaven is een zeer matige, met discutabele douches en sanitair en één grote langs-steiger.
We arriveren laat en vertrekken weer vroeg, dus we zullen niets van de andere geneugten van Duinkerken proeven – maar we hebben niet het gevoel dat we iets missen! We willen door, naar de leuke Franse haventjes van Normandië en Bretagne.

(Edit: bij een later bezoek aan Duinkerken zijn we verder doorgevaren naar achteren, waar een kleine, vriendelijke jachthaven ligt met een uitstekend restaurant … véél leuker!)

We worden 5 juni beloond met een hele mooie zeildag! We vertrekken heel vroeg richting Boulogne om maximaal profijt te hebben van het springtij, en het is al onbewolkt en het waait lekker door.
We varen om-en-om met de Windveer, een andere Nederlandse boot, soms kilometers uit elkaar, soms dicht bij elkaar.
Op de foto Anita op ‘kreeftpottenwacht’ terwijl we vlak achter de Windveer varen. Er liggen hier al weer af en toe van die potten in het water, en we willen daar niet in vast lopen met onze schroef.

Als we Cap Gris Nez ronden hebben we een beetje het gevoel dat het nu écht weer begint: we hebben de onaantrekkelijke Belgische en Franse kust achter ons gelaten, het weer wordt beter en we komen in de mooiere zeil-gebieden.

Boulogne werd in de pilot (een soort reishandboek voor zeilers, met informatie over havens, weerstations e.d.) als ‘rudimentary’ beschreven, maar we zijn aangenaam verrast: een leuk bedrijvig vissersdorp, we liggen direct aan het centrum en de jachthaven is in 2002 geheel vernieuwd.

Natuurlijk helpt het dat we in 25 graden met een wit-biertje op de golfjes heen-en-weer wiegen, maar we blijven hier een paar daagjes liggen!
Al behoorlijk wat Nederlanders en Britten onderweg, er liggen een aantal Nederlandse boten die we kennen uit Blankenberge, Oostende of Duinkerken – je blijft elkaar zo tegenkomen!

Uitgeweken naar Oostende

Onze mening over Blankenberge verandert de volgende (nogal druilerige) dag niet, en 1 juni zitten we ’s avonds gebogen over kaarten en weersberichten en -kaarten. We besluiten, afhankelijk van de wind natuurlijk, of Dover of Fécamp aan te lopen.

2 juni vertrekken we weer in alle vroegte, leggen koers naar Dover, maar er staat een ruige zee en veel meer wind dan voorspeld – Anita ziet wat pips rond haar neus en we hebben het niet naar onze zin.
Als de kustwacht dan ook nog een windwaarschuwing afgeeft (N 6 BF) is de beslissing snel genomen: we draaien om en lopen alsnog Oostende aan. Het binnenlopen was geen pretje: NW 5 met een behoorlijke deining, en dan lijkt de ingang met die bedreigende hoge houten pieren erg smal.
Maar de North Sea Yacht Club (mooie naam voor een oude klerezooi) is vrijwel verlaten. We hoeven zelfs geen boeitje op te pikken, maar hebben een plek aan de steiger. Rond 08.30 uur brandt de kachel en genieten we van een uitgebreid ontbijt.

Ach, we zijn in ieder geval Blankenberge uit: we vinden Oostende veel leuker.
Anita komt weer helemaal bij en begint speciale gevoelens te koesteren voor Robért, de havenmeester.
Een karakter apart, die man. Hij heeft in ieder geval de wind eronder …

Dat we lekker warm aan de touwtjes liggen, de douches warm en de toiletten schoon zijn, de havenmeester muntjes heeft voor wasmachine én droger zal daarbij wel een rol spelen. Hoop ik.

Ook de 3e juni blijven we in Oostende: de wind staat verkeerd, en het is kl…weer, maar ’s middags trekt het wat open en kunnen we tijd besteden aan Anita’s favoriete tijdverdrijf: shoppen! Waarom nu hier weer broeken, T-shirts en pyama’s gekocht moeten worden gaat aan mij voorbij, maar het zal een ‘woman’s thing’ zijn …

Blankenberge na de drukte

Als we de 30e mei wakker worden, regent het … en het houdt niet op met regenen. Daar wordt je al niet vrolijk van, en om het af te maken weigert nu ook het gasfornuisje dienst! Gelukkig zit er bij de marina een heel klein scheepswinkeltje waar ik een reserve-regulator kan krijgen.
We wachten binnen op het moment dat het droog wordt (komt niet …), lezen wat, drinken maar weer de zoveelste kop koffie bij Ans en Rob aan boord en bestuderen weerberichten, stroomatlassen, TeleTekst om te kijken wanneer de omstandigheden verbeteren.
Ans en Rob worden het ook zat en gebruiken een droog moment om over te steken naar Hellevoetsluis. Wij twijfelen nog steeds en besluiten nog even te blijven liggen.
Als het rond 18.00 uur eindelijk wat opklaart, starten wij ook de motor en leggen de boot door de sluis alvast aan de buitensteiger neer. Dan zijn we alvast buiten!

In de sluis zijn we de enige … gelukkig maar, want het gaat prompt fout: Anita geeft mij keurig de nylon achterlijn en loopt naar voren voor de voorlijn – al 100 + keer gedaan. Op de een of andere manier raak ik de gashendel, de boot schiet naar voren en ik probeer héél even om haar tegen te houden met de lijn die ik vast heb, totdat een brandend gevoel me doet besluiten om de lijn snel los te laten … te laat, er staan een paar joekels van brandblaren in mijn hand en ons toch al niet zo zonnige humeur daalt tot ver onder het vriespunt!

We hebben nu in vijf dagen al meer narigheid dan twee jaar geleden in 5 maanden. We merken ook dat we er weer ‘in moeten komen’ – het gaat allemaal nog niet zo soepel.
Goed dat we toch maar voor een paar rustige startdagen hebben gekozen.

De 31e gaat om 04.30 uur de wekker – en het ziet er redelijk uit buiten. Het is al licht, en we varen na een kop koffie eigenlijk direct weg, met Blankenberge als doel. Gaat het niet, dan kunnen we uitwijken naar de Roompot, of later Vlissingen of Breskens.
Het zit vandaag wél mee: het wordt mooi weer, we moeten even motorzeilen (er staat net iets te weinig wind), maar later trekt de wind zelfs lekker aan tot een stevige 3 BF en kan het torretje uit.

We komen eerder aan in Blankenberge dan we hadden verwacht, en zitten rond 15.00 uur in korte broek en T-shirt achter een Belgisch witbiertje – in een haven waar de Pinkster-dagendrukte over is en we ruim plaats hebben aan de steiger.
We genieten nog even van het lekkere weer en maken een kort wandelingetje over de boulevard en kunnen ook nog even boodschappen doen.

Waarom iedereen altijd zo lyrisch is over Blankenberge (tijdens de Pinksterdagen hebben ze hier weer 4-5 rijen dik gelegen, onderweg zagen we ook heel veel schepen op ‘de terugweg’) ontgaat ons vooralsnog, maar misschien zijn we wat te moe na een lange dag …