De buitensteiger in Stellendam

De 28e mei zijn de wind-voorspellingen zowat ideaal: zuid-oost wordt aangegeven, op een zuid-westelijke koers voor zeilers een perfecte ‘halve wind’ – maar de wind doet van alles, behalve uit zuid-oost waaien.

Het is wel heerlijk weer, en we scharrelen langs de kust richting Scheveningen. Als we Scheveningen naderen, zien we al massa’s zeiljachten voor de kust … ja hoor, de North Sea regatta wordt gezeild en de haven ligt dus mud-vol, er is geen plaats meer.

We varen dus noodgedwongen door naar Stellendam (Goeree), hebben lekker de stroom mee en ook de wind trekt ook wat aan. Al met al géén slechte zeildag, van 08.30 uur tot 20.30 uur op het water!

We overnachten aan de steiger in de buitenhaven, maar de volgende ochtend varen wij toch de sluis door naar de marina en lassen een rust- en kleine karweitjes-dag in.

Het is mooi weer en er staat géén wind, de zee op heeft geen zin!

De 29e mei is luierend besteedt aan in het zonnetje zitten, het wassen van de boot en het verrichten van wat kleine karweitjes. Helaas zijn de weersberichten voor de komende dagen, voorzichtig uitgedrukt, niet zo gunstig … de wind is óf “variabel” en 2 BF (op zee te weinig) óf Zuid-West (tegen…).

Ook de stroming rond de Zeeuwse eilanden werkt de komende dagen niet mee: óf we moeten 03.00 uur ’s nachts vertrekken óf rond 15.00 uur ’s middags, wat weer weinig ruimte overlaat.
Stroom tegen is niet zo erg als je kunt zeilen, maar als je moet kruisen vanwege tegenwind én de stroom staat tegen, dan kun je beter binnenblijven.

Vertrek Sailabout 2004

We hebben een voorlopige vertrekdatum voor onze zeiltrip gepland: de 26e of 27e mei willen we Monnickendam verlaten, om via IJmuiden de Noordzee op te duiken. Als voorlopige bestemming hebben we Bretagne en de Vendée in ons hoofd.

Nu de datum vast staat is natuurlijk de weken voorafgaand aan de geplande datum het weer perfect: het zonnetje schijnt regelmatig, de wind is Noord-Westelijk en een vriendelijke 3-5 BF. Als we straks echt de landvasten losgooien is het waarschijnlijk regenachtig en is de wind gedraaid naar Zuid-West (tegen, dus…). Tenzij de omstandigheden ideaal blijken te zijn, zullen we wel een paar ‘inslinger-dagen’ inlassen. Het vraagt toch altijd weer even tijd voor je helemaal gewend bent, en alle spullen echt zeevast zijn weggeborgen. Ik heb ook liever dat evt. tekortkomingen zo aan het licht komen in plaats van op ‘volle zee’.

De week voor vertrek hadden we nog een electrische storing, eenvoudig verholpen – maar het kostte wel wat tijd en een stilliggend schip…. Woensdag 26 mei ‘schepen we in’ en beginnen met het opbergen van de kleding, de boodschappen, de kilo’s drop die we van familie en vrienden hadden gekregen.

Met de voorraad drop, wijn, en (wit)bier maakt de Silmaril al slagzij naar stuurboord vóór we vertrokken zijn. Als we eindelijk alles hebben opgeborgen, het schip aan kant hebben gemaakt, zeilhuiken afgehaald en opgeborgen, staan we klaar om de touwtjes los te gooien.
Als ik op de startknop van de motor druk gebeurt er echter helemaal niets … een fijn begin, hoor! De eerste vloeken vallen al vroeg!

Na wat telefoontjes met monteurs (druk, druk, druk …”klinkt als start-motor, mijnheer”) en Rob en Ans (waarmee we zouden opvaren naar IJmuiden) duiken we na overleg met de familie-monteur (Hein van Vessum) maar weer onder de luiken en schotten … en verdomd, na het vastdraaien en invetten van de massakabel slaat de motor keurig aan!

Inmiddels loopt het alweer richting 13.00 uur en IJmuiden halen we sowieso niet meer. De Baroedan van Ans en Rob is ook uitgeweken en de Gouwzee opgevaren – we besluiten samen lekker in Marken te gaan liggen en morgen weer een poging te wagen.

Het is nog rustig in Marken, normaal is het vechten voor een plekje, maar nu liggen we broederlijk naast elkaar (en Rob wist natuurlijk precies wáár we stroom konden pikken …)

Op de 27e mei steken we via het Markermeer en Noordzeekanaal binnendoor naar IJmuiden, of beter gezegd Beverwijk – waar we achter het ‘pannekoekenschip’ afmeren.
We leggen de scheepsvoorraden bij elkaar en maken Thaise nassi, met als toetje ijs uit de ijssalon van Bart Persoon – de jongste zoon van Ans en Rob, die even langs komt en een liter ijs meebrengt.