Deja-Vu: Trébeurden

25 juni wagen we ons er weer uit – terwijl wij in Tréguier de trossen willen losgooien, komt net de ‘Jason’ met Jani en Beate uit Guernsey aanvaren … die hebben daar verwaaid gelegen.
We praten even 10 minuutjes bij, maar wij moeten weg, we pikken de stroom mee de rivier af en willen buiten ook het meegaand tij meepakken.

De tocht verdient wederom geen schoonheidsprijs, en we spreken af niet meer naar de weersberichten te kijken – als er iets anders wordt gegeven dan Zuid-West blijkt het nooit te kloppen!
Nu is dit wat dat betreft ook gewoon een rothoek, waar twee landtongen (UK en Engeland) samenkomen en in een klein gebied voor rare windrichtingen zorgen: het kan Noord waaien langs de kust van Engeland, Zuid boven Frankrijk en dat komt elkaar dan boven zee tegen …

Maar goed – we arriveren in Trébeurden, nog zeer bekend (té bekend) van eerdere trips.

Het is hier rustig, blijkbaar is ook hier de ‘weather window’ door iedereen aangegrepen om één haven verder te hoppen.
In Trequier was ook een massale uittocht vanmorgen!

Helaas hebben we op zee voorlopig afscheid genomen van de ‘Little Sarah’: Jan-Kees en Geertje besloten om dóór te varen richting Brest. Ja, met 1000 liter diesel aan boord kom je nog eens ergens :)

We zijn mooi op tijd en hoeven maar twee uurtjes buiten aan de boei te wachten tot het water hoog genoeg staat.
Geen sluis hier: gewoon een drempel, wachten tot het water hoog genoeg staat en binnenvaren. Op de foto zie je de aanloop goed en achterin de ingang.

Wij vertrouwen de bootsnelheid niet helemaal: hoewel we tegen de wind in varen en er een behoorlijke deining door staat, hebben we het idee dat we een halve tot hele knoop snelheid missen … en het vermoeden rijst dat we weer wat in de schroef hebben opgepikt.
De volgende morgen zet ik de duikbril op, en één blik vanaf de zwemspiegel op de boot is genoeg: er heeft zich een knappe kluwen zeegras / zeewier om de schroef genesteld, genoeg om het rendement van de schroef te verminderen.

Dat moet er dus uit … ik verzamel de hele dag moed, hijs me in zwembroek, kijk nog eens naar de watertemperatuur (14.5 graad…) en laat me voorzichtig in het water zakken, gewapend met duikbril en mes!
Daar blijft het helaas ook bij … ik krijg het Spaans benauwd onder de boot, en na twee zéér halfslachtige pogingen laat ik me het hoongelach van Anita aanhoren en ren richting warme douches.

“Heer Bommel, verzin een list …” is dus van toepassing. Nu zit hier in de marina een duikschool, die hebben van die warme pakken (wetsuits) en misschien wil iemand wel even onder de boot duiken.
Ik loop erheen, maar de enige aanwezige heeft er overduidelijk géén zin in (ik kan hem geen ongelijk geven…). De volgende ochtend onderschep ik een hele groep die net terugkomt, allen de pakken nog aanhebben … en jawel, een van de dames wil het wel doen, als we toestemming krijgen van de havenmeester, want de geldende regel is dat in de haven niet gezwommen / gedoken mag worden.

Diezelfde havenmeester stond gisteren vol belangstelling te kijken hoe ik lag te proesten en spartelen, dus ik verwachtte geen problemen – en inderdaad, we krijgen zijn zegen. Het arme meisje moet vervolgens 30 kg. aan zuurstofflessen en loodgordel over de lange steiger tillen, maar plonst professioneel te water met een gevaarlijk uitziend duikersmes, en verklaart na één duik de schroef voor schoon!
Voor de prijs van één fles wijn hebben we weer een vrijdraaiende schroef! Wat we aan een professionele duiker hebben bespaard zet ik opzij voor de volgende winter: dan gaat er beslist een ‘rope-cutter‘ op de schroefas! Alle Britten varen niet zonder, en ik begin te begrijpen waarom!

Terwijl we naar het voetballen keken (Nederland – Zweden) komen totaal onverwachts Jani en Beate van de Jason binnenlopen! We hadden de hele middag / avond al naar de moorings vóór de droogvallende ingang gekeken, maar hadden de hoop opgegeven dat ze nog zouden komen.

Anita kan het zeer goed vinden met Beate, en dat is één van de moeilijker zaken op dit soort trips: je ontmoet hele leuke mensen, als het meezit kun je een tijd met elkaar optrekken, maar onverbiddelijk komt het moment dat je afscheid moet nemen!
Maar je komt elkaar meestal wel weer tegen, en zo zit je weer samen op een terrasje bij te praten!

Nog steeds Tréguier …

Aanschuiven bij Jan-Kees en Geertje is toch wel een genot en we waarderen de lekkere maaltijd van Geertje. Wij lopen watertandend (en bierdrinkend) door of op de boot – wat is dit een ontzettend mooi schip.
Enigszins afgunstig kijken wij naar het Senseo koffie-apparaat en durven het haast niet te vragen: “Doet-ie ‘t?”. Hij doet het …

De volgende dag, 22 juni, zijn de weersberichten niet veel veranderd; er komt wind aan, véél wind tot wel 9 Beaufort. Iedereen in de haven loopt de lijnen nog eens na en bereidt zich mentaal op voor enige dagen “hangen” in en rond de haven.
Wij scoren nog wat folders over “wat te doen in de omgeving” bij de plaatselijke VVV, maar wij moeten helaas concluderen dat de markt op woensdagochtend er toch wel als highlight van de week uitkomt… en tevens onze voorkeur heeft boven 15 km lange wandeltochten door de groene omgeving.

Gedurende de volgende twee dagen blijven (met name) de mannen de opgehangen weersberichten met een vastberadenheid bestuderen, waardoor je als toeschouwer het gevoel krijgt dat niet alleen de hogere machten het weer kunnen beïnvloeden.

Op woensdag besluiten wij Paimpol te bezoeken voor de broodnodige “change of scenery”. Paimpol, ook een havenstadje, ligt wat dichter onder de kust.
Hier giert werkelijk de wind door de haven; hele steigers zwaaien heen en weer en op dat moment nemen wij ons stellig voor voorlopig vooral aan de steiger in Tréguier te blijven.
Het is een aardig stadje en wij volgen het bordje “La Tour veille”, wat wij in ons beste Frans vertalen als een rondleiding door het oude Paimpol. Even later staan wij voor een gesloten restaurant, genaamd La Tour veille…

’s Avonds verdwijnt Ruud richting bar Les Plaisanciers, waar het voetbal kan worden gevolgd, en samen met Jan-Kees schijnt hij hoogstpersoonlijk het Nederlands elftal naar de kwart-finale te hebben geschreeuwd.
De Fransen lopen hier nu de hele dag ‘Kuuuuut!’ te roepen, overtuigd dat dit “goed gedaan” betekent. Blijkbaar hebben de heren dit geroepen bij iedere geslaagde actie van het Duitse team.

Donderdagochtend 24 juni brengt de havenmeester, of beter gezegd Meteo France, beter nieuws en het ziet er naar uit, dat wij op vrijdagmorgen richting Trébeurden kunnen. Ook laat de zon zich inmiddels weer van zijn/haar goede kant zien en wij laten de kuiptent die we vanwege wind en regen hadden opgezet, weer in de bakskist verdwijnen…

Verwaaid in Tréguier

Zaterdag de 19e juni zijn de weersberichten gunstig (Noord-Westen wind) en we willen eigenlijk wel verder, dus we verlaten Guernsey vroeg voor een lange trip van 55 mijl naar Tréguier. Dit plaatsje ligt ver stroomopwaarts aan de rivier Treguier, zo’n 10 km wordt dus aan de reis toegevoegd. Net als Lezardrieux, dat we twee jaar geleden bezochten (één rivier terug) is dit laatste stuk wel heel pittoresk!

De overtocht zelf willen we snel vergeten: de beloofde NW wind was NO, recht achter, net niet genoeg om ‘af te kruisen’ en stond tegen springtij in, dus een hele onrustige zee.
Het T-shirt met opschrift ‘Better a bad day at sea than a good day in the office’ gaat me zelfs voor deze omstandigheden  te ver – de zeilen klapten zo erg dat we ze uiteindelijk hebben laten zakken, maar op de motor alleen slingert ze nóg meer …

Wél hebben we een uur lang een groep van 5-6 dolfijnen rond de boot gehad, Anita heeft er eindelijk even van kunnen genieten!
Het laatste stuk van de trip, de aanloop over de rivier was ook zeer de moeite waard, heel rustig, groen en vriendelijk – het dorpje is ook nog redelijk ‘authentiek’, niet zo’n dorp dat het van de jachthaven moet hebben.
De havenmeester gaat ook gewoon om 18.00 uur naar huis en zondag is er niemand – douchemuntjes kun je dan in het café bij de haven krijgen. Fantastisch.

Het dorpje Tréguier zélf is ook leuk. Leuke vakwerkhuisjes, diverse bars en restaurants, een gezellig marktplein met winkeltjes. Er liggen een twee, drie andere Nederlandse boten, en veel Engelsen, zoals gebruikelijk in deze hoek.
Vandaag, zondag de 20e, blijken we met onze neus in de boter te vallen: vanmiddag en vanavond is hier het jaarlijkse ‘Fête de Musique’ in het park.
We kunnen onze nieuwsgierigheid niet bedwingen – zéker niet na het lezen van het programma en we lopen het park in als de in Tréguier wereldberoemde band ‘Freedom for Cows’ gaat optreden.

Het is heel gezellig gemaakt: er is een BBQ, je kunt ‘crêpes’ (pannekoeken) krijgen, wijn en (tap)bier, het kan niet op allemaal – zeker 10-12 man ‘in de bediening’.
Het voltallige publiek (incl. Anita en mij zo’n 30 man, optimistisch geschat) lijkt ons familie van de ‘band’ – wat oudere mensen die enerzijds trots kijken naar de verrichtingen van zoon- of dochterlief, maar de muziekkeuze (Rap, volgens het programma) niet zo lijken te waarderen. Het inspelen ging nog wel, de gitaren werden afgesteld, maar toen ze gezamenlijk probeerden muziek te maken ging het fout.
Anita en ik zijn voorzichtig steeds een beetje verder uit het gezichtsveld geschuifeld, tot we het idee hadden dat we ongemerkt konden wegglippen.

Vandaag, maandag de 21e, is de havenmeester er weer en dus ook recente weersberichten – en die zijn níet goed. We vermoeden het al, de berichten op de NavTex aan boord waren al pessimistisch. Er wordt weer door alle bezoekers druk heen-en-weer gedrenteld en overlegd: morgenochtend zou nog kunnen, maar dan komen we slecht uit met tij en stroming.

De Engelsen besluiten massaal om hier de naderende storm maar uit te zitten. Wij twijfelen nog, we zouden één haven kunnen ‘winnen’, maar aan de andere kant: wat schieten we er mee op? Belangrijker: dan kunnen we door naar Trébeurden, waar we twee jaar terug ook zo vast hebben gelegen en wat we dus met onze ogen dicht kunnen uittekenen … vreemd genoeg gaat het toch tegen onze natuur in om te besluiten niet te gaan, maar dit stadje heeft méér te bieden en is beduidend goedkoper dan Trébeurden en als we dan toch een 3-4 dagen ‘vast’ zitten, dan maar hier.

Vanmiddag zijn we aan de praat geraakt met een Nederlands stel, die in het mooiste schip varen dat we deze reis hebben gezien: de Little Sarah, een Puffin 50, een lel van een schip, klassiek uiterlijk maar nieuw gebouwd schip. Jan-Kees en Geertje zijn voor onbepaalde tijd en met onbepaalde bestemming vertrokken (met zoontje van 2 1/2). Vanavond zijn we uitgenodigd voor het avondeten!