Roompot – Bruinisse – Willemstad

We liggen in de Roompot. ’s Avonds krijgen we een sms-je van Patrick en Leentje, het Belgische echtpaar dat onze vorige boot (de Silmaril, een Etap 39) heeft gekocht en daarmee op wereldreis is. Ze zijn voor een paar maanden terug, hun oude boot is nog niet verkocht en die hebben ze weer even in het water gegooid, en liggen in Goes – zullen we ergens afspreken? Natuurlijk doen we dat, we zijn erg benieuwd naar hun ervaringen.
We spreken de volgende dag af in Bruinisse, voor ons een mooie tussenstop richting het Haringvliet.

Als we wakker worden staat er een steving windje door, en zo te zien moeten we nog hoog aan de wind ook. We besluiten toch de high-aspect fok er op te zetten, al is Ruud niet echt te spreken over de performance daarvan, en voor de zekerheid leggen we het eerste rif in het grootzeil – makkelijker eruit dan erin, tenslotte :) .

Als we de haven uitkomen blijkt het een goede beslissing. We liggen precies goed uitgebalanceerd aan de wind, en de Zeelandbrug lijkt bezeild. Uiteindelijk hebben we een meer dan mooie zeildag! We kunnen na een paar uurtjes het rif uit het grootzeil halen, maar belangrijker: de weergoden zijn ons eens gunstig gezind en de wind draait gedurende de dag perfect met ons mee, van NO/N naar W! Aan de wind verlaten we de Roompot, aan de wind komen we aan bij de Grevelingen-sluis – zonder één keer overstag geweest te zijn! En het is nog mooi weer ook :) .

De sluis is weer een ervaring … Het is druk en de sluis-stewards zijn vastbesloten het laatst mogelijke gaatje optimaal te benutten. Dat ze daarbij tegengestelde aanwijzingen schreeuwen is ze vergeven – we liggen binnen en er kan geen kano meer bij.
Afkloppen … maar met de Proud Mary zijn alle schuttingen goed verlopen. Ons de tijd gevend om de verrichtingen van anderen goed te bestuderen :) ….

De Grevelingensluis rond 17.00 uur ... Drukste moment van de dag en vol = vol
De Grevelingensluis rond 17.00 uur … Drukste moment van de dag en vol = vol

Een antropoloog zou een studie van sluisgedrag kunnen maken, denken wij. Het bovenkomende ‘recht van de sterkste’ dat zich openbaart zo gauw als er sluisdeuren in zicht komen: de grote motorboten, en eerlijk gezegd ook de grotere zeilboten, die ongeneerd alles voorbij varen en voor de sluisdeuren gaan liggen.
De blinde paniek op de gezichten als het landvastje niet direct om een bolder gaat. Of erger: als de overspannen sluiswachter schreeuwt dat ze verder naar voren moeten (want dan moeten te touwtjes weer los…).
De opluchting als ze vast liggen. Daarna gaan kleppen met de buren en vergeten dat we 1 1/2 meter naar beneden gaan en de boot schuin aan de strakgetrokken touwtjes hangt. En natuurlijk de instinctieve, primaire aard die in de sluis naar boven komt: man aan het roer, de leiding nemend, korte bevelen naar de vrouwen op de voorpunt schreeuwend – harder naarmate het slechter gaat. Er zijn wat relaties gesneuveld hoor, in de sluis …

Rond 18 uur lopen we Bru binnen. Hoewel veruit één van de grootste marina’s in Nederland vinden we het ook één van de beste. Goed georganiseerd, met (ook al lig je in de uiterste punten) een ‘Badhuis’ vlakbij. Ze hebben een soort plein / centrum gecreëerd waar je automatisch naar toeloopt, met alle voorzieningen en een zeer goed restaurant.

Patrick en Leentje blijken 5 plaatsjes verder te liggen aan dezelfde steiger, zodat we hun boot, een Talinn 33 uit 1996 even goed kunnen bekijken. Ruud is toch wel gecharmeerd van dat scheepje en we twijfelen eigenlijk zeer – hij staat al even te koop, ze zijn behoorlijk gezakt met hun prijs wat het aantrekkelijk maakt … maar Ruud ziet toch wel een aantal zaken waardoor er een 10-15 K bijkomt en er zit een geschroefd teakdek op. Wat nu dus ongeveer 20 jaar oud is, en daarna gaat dat hard achteruit.
Maar (voorlopig) overwint het verstand: we hebben de Proud Mary bewust gekocht als dagzeiler, dat we er nu uitermate basic ook mee op vakantie zijn is een uitzondering. En een 33 voeter is ook weer 2 x zoveel werk, 2 x zoveel liggeld ….

We hebben een gezellige avond in mooi gezelschap. De verhalen zijn herkenbaar, en eerlijk. De manier waarop Patrick en Leentje hun wereldreis maken is bijna ideaal – ze kunnen een 6 maanden varen, dan een paar maanden terugkomen, om daarna hun reis in het goede seizoen te vervolgen.

De volgende ochtend nemen we afscheid, wij willen door naar het Haringvliet om een geschikte dag af te wachten om naar Scheveningen te hoppen. En weer is het schitterend weer … er staat alleen geen zuchtje wind. Als we de laatste van de drie sluizen aanlopen (Volkerak) is Ruud het motoren zat, en we besluiten Stellendam (letterlijk) even links te laten liggen en te stoppen in Willemstad.

De thuishaven van de Silmaril in 2012, voor één jaar. Iets dichterbij dan Monnickendam. En Willemstad is een vertederend mooi plekje, met een gezellige, vriendelijke oude haven. En ‘Het Wapen van Willemstad’ natuurlijk: prima restaurant met Zeeuwse kreeft en Franse oesters op de kaart.

Zeeuwse kreeft ...
Zeeuwse kreeft …

Willemstad leent zich uitstekend voor een ochtendwandeling, het is een vesting-stad pur sang met nog veel mooie, oude gebouwen.

Het stadhuis van Willemstad. Plaatje, toch?
Het stadhuis van Willemstad. Plaatje, toch?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *