Abrupt einde van de reis ….

8 september: net vóórdat we vertrekken naar Ile d’Arz krijgen we een telefoontje van het transportbedrijf … als we een paar dagen eerder kunnen laden, komt dat beter uit en kunnen ze een extra aantrekkelijke korting bieden op het toch al behoorlijk uitonderhandelde tarief.
Er volgt een druk uur van bellen met verschillende partijen, onder andere met de haven van Crouesty – past het daar allemaal in de planning?
Het blijkt allemaal te gaan lukken, en we vertrekken dan ook uit Vannes en varen helemaal terug naar Crouesty. Het is nog steeds strak blauw, 30 graden, en het waait 4-5 BF uit de goede hoek: op alleen de genua varen we ons gemak terug door de Golf du Morbihan. We genieten met volle teugen van het zeilen en de schitterende omgeving en komen rond 16.00 uur in Crouesty.

Voor morgen wordt (eindelijk…) een buitje voorspeld, en omdat nu alles kurkdroog is slaan we de zeilen af, en spoelen de bijboot en bergen deze ook al weg. Dat schiet lekker op, en zo kunnen we morgen de mast al afhalen, dan kunnen we op ons gemak de boot klaarmaken voor transport. Vrijdag 09.00 uur staat de dieplader klaar! Nu maar hopen dat wij dat dan ook zijn …

’s Avonds regelen we via Internet kaartjes voor de terugreis per TGV. We realiseren ons nu pas echt dat dit het einde van deze trip is, en een klein beetje teleurgesteld zijn we wel – maar die 4 dagen eerder maakt dan ook niet meer uit.

Je moet stoppen op het hoogtepunt – en de afgelopen 10 – 14 dagen mogen we zeker zo beschouwen!

Op 9 september halen we de mast er al vast af. Dit heb ik inmiddels al een aantal keren gedaan, en de voorbereidingen gaan steeds makkelijker … en het is overduidelijk dat het werfpersoneel heel goed weet wat ze doen.
Het gaat stukken professioneler dan twee jaar terug in Trébeurden én deze jongens luisteren wel naar de eigenaar die weet waar de mast aangegrepen moet worden. Al met al een hele geruststelling! De operatie loopt soepel en binnen 30 minuten ligt de mast keurig in twee mastwagentjes en kan ik op mijn gemak de apparatuur verwijderen, de zalingen demonteren, de verstaging en lijnen opbinden en de mast goed nalopen.

De volgende morgen wordt de Silmaril uit het water getild – ook dit loopt weer gesmeerd.

De plaatsing op de dieplader heeft wat meer voeten in de aarde, de vleugelkiel zorgt voor wat probleempjes door de brede ‘vleugels’ onderop.

Maar ook nu zijn de Fransen zeer behulpzaam, er wordt niets afgeraffeld en ze rusten niet voordat de Silmaril helemaal recht en goed op de dieplader staat – ook al zijn daar drie pogingen voor nodig.

De mast moet (helaas) toch bovenop de boot gelegd worden – we hadden gehoopt dat deze op de dieplader zelf mee zou gaan, onderop gelegd. We komen zelfs niet in tijdnood – uiteindelijk staat de Silmaril binnen 2 uur helemaal vast op de oplegger en ligt de mast naar tevredenheid over de boot.
Met grote dank aan de ‘technische mannen’ van de haven in Crouèsty en Marcel, de chauffeur van van de Wetering, de transporteur.

Zo gerustgesteld als mogelijk is reizen wij af naar Vannes, waar we om 13.00 uur op de TGV naar Parijs stappen. Uiteindelijk zijn we 23.00 uur ’s avonds thuis in Heemstede – de Silmaril wordt maandag de 13e gelost in Alkmaar, zodat ze direct de winterstalling in kan!

Naschrift: we hebben het zo naar ons zin gehad dat we hebben besloten voor een iets grotere boot te gaan rondkijken, geschikt(er) voor langer verblijf aan boord. De Silmaril is vanuit de winterstalling verkocht, binnen een week: de Friendship 33 is (terecht) een gewild schip en dat maakt de verkoop makkelijk.

Golf du Morbihan – Vannes

4 september: het is wéér schitterend weer, ruim boven de 30 graden (!) én er staat een lekker windje. We hebben het gevoel in “bonus-tijd” te varen, we kunnen momenteel iedere dag zeilen in mooi weer!
We maken snel schoon schip en hoppen 20 mijl Noordelijker, naar Crouesty. Rond 13.00 uur valt de wind even weg (dat is iedere dag zo, na een uurtje trekt ze dan weer aan, vaak uit een iets andere richting) en we lopen langzaam, zo’n 3 knopen – een goed moment om de hengel uit te gooien.
Vóórdat het molentje van de werphengel de geest geeft vang ik twee mooie makrelen, we hebben ons voorafje voor vanavond binnen!
De truc is dus inderdaad weinig bootsnelheid te hebben, zoals Jani ons had uitgelegd.

We lopen Crouesty aan om hier even ‘face-to-face’ te regelen dat de Silmaril uit het water getild wordt en de mast van de boot wordt gehaald. Ik maak kennis met ‘Marc’ en het ziet er naar uit dat hij weet waar hij over praat … en ook de kranen e.d. zien er prima en professioneel uit.

Ook hebben we nog detailkaarten nodig van de Golf du Morbihan, waar we nog heen willen.

6 september gaat vroeg de wekker … want het varen in de Golf du Morbihan wordt volledig bepaald door het tij en de sterke stromingen (tot 9 knopen!) die hier in de ingang staan.

Crouesty ligt aan de ingang van de Golf en we varen na een half uur op 3-4 knopen stroom méé naar binnen.
Het is een onbeschrijflijk mooi gezicht, de vele eilanden in het ochtendlicht en prachtige plekjes om te ankeren (slash: aan een mooring liggen).

Zoals eigenlijk altijd viel het qua moeilijkheidsgraad wel weer mee – de pilots doen soms wat moeilijker dan werkelijk nodig is, maar als je de situatie niet kent ben je tóch een beetje gespannen en extra voorzichtig.

Ons plan is om helemaal door te varen naar Vannes, daar op Hoog Water binnen te lopen en dan later, op de ‘terugweg’ de eilanden te bezoeken.

Vannes is zéér de moeite waard, een 18e eeuws vestingsstadje en we liggen in een kleine haven midden in het centrum van het stadje.
Kunnen we mooi voorraden inslaan voor een paar dagen ankeren en het bijbootje oppompen. Het is leuk om weer eens ín het centrum van een stadje te liggen.

Het is toch wat rustiger zo laat in het seizoen -alhoewel alle pensionada’s stug blijven doorvaren- dan vinden wij wat reuring om ons heen wel zo gezellig.  Hoe klein de haven ook is, ’s middags krijgen we onverwacht bezoek van de Franse douane!

Het feit dat er heel weinig buitenlandse boten liggen zal er ook wel wat mee te maken hebben. En het, nog steeds, mooie weer wellicht – het is buiten (‘Zullen we bootjes gaan kijken?’) natuurlijk leuker dan op een warm kantoor …

Twee man en één vrouw sterk enteren ze -incognito- gewoon in burgerkleding de Silmaril als ik net even de stad in ben en Anita alleen aan boord is … die op de vraag naar de scheepspapieren deze niet kan opleveren, omdat ze ze niet kan vinden (ze liggen pas drie jaar op dezelfde plaats …).
Na een kwartier bezweet kussens optillen, kastjes openen, onderwijl “un instant s.v.p” roepend, raakt de douane enigszins geïrriteerd en vraagt “beleefd” of wij al lang weg zijn…  Vervolgens worden de papieren nauwgezet bestudeerd, de gegevens overgenomen in een privé-agenda en krijgen we heel vreemde vragen voorgelegd.
We weten de douaniers met onze grip op de Franse taal regelmatig (onbedoeld, helaas) op het verkeerde been te zetten, wat tot verwarrende situaties en misverstanden leidt.  Ze blijven echter vriendelijk, en gelukkig wordt geen algehele inspectie van de boot nodig geacht – ik denk dat ze ervan uitgaan dat na drie maanden eventueel aanwezige voorraden marihuana al zijn opgerookt.

Piriac – nu wel geopend

1 september – we worden weer wakker met een strak blauwe hemel, en de weersberichten voorspellen een Oost 3 Bf, die laten we niet lopen! Snel wordt de boot aan kant gemaakt en 10.00 uur liggen we ‘buiten’.
De wind is helaas van korte duur, rond 13.00 uur valt ze weg en daarna komt ze terug uit Noord … uit met de pret dus, en we lopen op de motor L’Herbaudiere (Ile de Noirmoutier) weer aan.
Met een zonnetje erbij lijkt het wat meer dan de vorige keer dat we hier waren, maar een echt leuke stop is het niet. Pornic, zo’n tien mijl oostelijker, schijnt een veel betere optie te zijn, maar dat vinden wij teveel “om” varen.

Vandaar dat we de volgende dag direct doorgaan … en we onverwacht één van de mooiste zeildagen van deze trip voorgeschoteld krijgen! De zee is vlak, er trekt een 3 BF windje aan en heel rustig varen we onze 5 tot 5 1/2 knoop met een schip dat heerlijk rustig ietsje helling heeft. We hoeven niet te sturen, de wind is urenlang constant – bijna perfect! Anita ligt pontificaal op het ‘zonnedek’ te genieten, het is 22-23 graden op het water.

We lopen 35 mijl naar Piriac-sur-Mer in 6.5 uur – dat vinden wij netjes- en Piriac is een leuk, oud vissersplaatsje. We wilden hier al eerder heen, maar vanwege uitbreidings- werkzaamheden was deze haven van juni t/m augustus gesloten.
Het is een schilderachtig plekje en nu, buiten het seizoen, heerlijk rustig. De jachthaven ligt wél gezellig vol – vrijdagavond, mooi weer en dat zet door in het weekend, dus veel weekend-trippers die van de nazomer genieten. We blijven hier een paar daagjes!

Buiten valt een groot gedeelte van de kust droog en we zien tijdens laag water mensen over de drooggevallen gedeeltes zoeken naar oesters, mosselen, alikruikjes – alles wat eetbaar is.

Anita toont haar zelf gevonden oester aan een Fransman, die dit exemplaar weggooit en haar een flink aantal meegeeft.

Zelf houdt ze er niet zo van, maar ik ga ze met de ‘multi-tool’ te lijf: we begrijpen nu waar de uitdrukking ‘zo gesloten als een oester’ vandaan komt! Maar als je de slag te pakken hebt, krijg je ze open – en verser kan niet! ’s Middags gaan we mosselen rapen. Het ziet er letterlijk zwart van, we proberen een knap maatje te vinden, beetje groot dus.

Snel hebben we een kilo of 2 bij elkaar en terug op de boot maken wij de mosselen schoon.  Al met al zijn wij hier wel lang mee bezig (vinden wij zelf eigenlijk) en tegen de tijd dat wij “aan tafel” kunnen, zou een gehaktbal er ook wel ingaan.
Het is leuk om zo eens de avondmaaltijd bij elkaar te scharrelen, maar die 3-4 Euro per kilo op de markt is zijn geld ook wel waard…. Maar niettemin smaken de mosseltjes uitstekend en belangrijker: geen van beiden wordt ziek!