Rustiger Port Joinville

We waren zó gecharmeerd van Ile d’Yeu dat we hier nog eens naar toe willen – we vertrekken uit Bourgenay, voorbereid op veel kruisen … maar het waait onverwacht lekker door en uit een betere richting dan voorspeld. We liggen bezeild (weliswaar hoog-aan-de-wind met 5 BF, behoorlijke zee, maar toch: bezeild) en de regen valt erg mee.

Wij vinden tenminste dat het meevalt – één van de automatische reddingsvesten had hier een andere mening over en ploft spontaan zo’n vijf minuten nadat we het ding binnen hadden opgehangen. We hebben reserve-patronen bij ons en als wij eindelijk door hebben hoe de lucht uit het vest gedrukt kan worden, is dit exemplaar weer zo goed als nieuw.

We komen vroeg in Port Joinville – Ile d’Yeu aan en het verschil met een aantal weken geleden is enorm … het seizoen loopt nu echt ten einde, dat is (meer dan) duidelijk.
Waar het 5-6 rijen dik lag, zijn nu de steigers voor hoogstens 60% gevuld.

We treffen echter goed weer: blauwe lucht, lekker temperatuurtje en de daarop volgende dagen loopt de haven gelukkig weer gezellig vol – niet zo erg als in het hoogseizoen, maar genoeg om het leuk te houden.

We huren weer fietsen en -hadden wij vorige keer wat moeite de fietspaden te vinden- ze zijn er dus toch en het zijn leuke routes. Het zuidelijke deel van het eiland is aanzienlijk mooier, veel idyllisch aandoende stranden met op de achtergrond donkergroene naaldbomen.

Als ik me op het eind van de middag met mijn hengel tussen de vissers op de pier voeg (toch eens kijken of we een maaltje bij elkaar kunnen vissen: vanaf de boot wil het niet echt lukken), krijg ik spontaan ‘vis-educatie’ van een oude Fransman. Ik versta ongeveer 1% van wat hij me allemaal verteld, maar de eye-opener is toch wel het aas dat hij gebruikt … Brioche (=CAKE)!
Hij steekt een stuk cake in zijn mond, maakt daar een vochtige bol van, draait daar kleine stukjes van af en dat gaat aan het haakje … ik weiger beleefd een stuk kant-en-klaar aas direct uit zijn mond, en vraag om een stukje cake, zodat ik het zélf kan ‘bewerken’ – en het werkt!
Ik vang wat klein spul en één grote ‘mulet’ waar mijn ‘leraar’ zeer blij mee is (hij eet het, volgens mij is het grijze poon en niet te vreten…!)

Pittig tochtje naar Bourgenay

28 augustus: erg vroeg gaat de wekker … en we checken het weer, want de weersberichten waren niet zo positief. Nou, dat klopt…. het regent en waait stevig.
Maar we besluiten er toch uit te gaan, een beetje regen is niet zo erg, toch?

Voor ons is de Sula, een schitterende 40-voets Pacific Seacraft al vertrokken, dan kunnen wij ook! Buiten blijkt het echter wat vervelender te zijn dan we hadden verwacht: er staat meer wind dan voorspeld.
De zee is ronduit knobbelig / onrustig met een behoorlijke deining waar we áán-de-wind tegenin moeten hakken: we leggen twee reven in het grootzeil en Ruud zet de high aspect fok. We hebben 25 knopen op de windmeter staan!
Gelukkig staat er een sterke stroom mee, en we schieten dus wel op – het is géén plezier-tochtje, maar we bijten door. Anita is na een dag of 10 aan land weer licht zeeziek, dus ze stuurt met de hand – dat helpt enigszins.

Als ik beneden ben, voel ik me ook snel minder tof en blijf dus lekker in de kuip zitten. We ‘doen’ de 30 mijl in 5 uur, dat is heel netjes en als we Bourgenay binnenlopen kijken we uit naar de Sula – die zou ruim een uur eerder binnengelopen moeten zijn.

Verbaasd kijken we rond, want we zien haar niet – en ze moeten hierheen, want hun auto staat hier! Ruim 4 uur later, wij hebben al lekker geluncht, de spullen zijn al droog en we doen een siësta, komt de Sula toch binnenlopen – dóór en dóórnat.

Ze zijn een uur voor ons vertrokken, vonden de combinatie wind / zee wat te gortig en zijn teruggevaren om onderlangs in de luwte van Ile de Ré te varen – dat is “om” en ze hebben dus het laatste stuk stroom tegen gehad (en veel regen…).

Wij zijn blij dat we wel hebben doorgezet – en een beetje trots, dat ons bootje (speelgoed vergeleken met zo’n meer dan twee keer zo zware Pacific Seacraft) het mooi ook allemaal redt. Morgen zetten we koers naar Ile d’Yeu!

St. Denis revisited

24 augustus komt Anita ’s avonds weer aan boord: de TGV reed prima op tijd en om 18.00 uur was ze in La Rochelle. De voorraad drop wordt weer aangevuld, en een lekkere hoeveelheid tijdschriften zorgt voor leesvoer. Het weer is helaas wat minder – er staat een harde wind, en het is voor het eerst in lange tijd ook wat kouder … ’s avonds moet de fleece aan, buiten.
Vooral ’s nachts gaat het behoorlijk tekeer buiten: 6-7 BF uit NW en harde regenbuien. We zijn weer blij met de dekbedden, en slapen lekker uit. Anita heeft een race-week achter de rug en kan een rustdagje best gebruiken.

26 augustus worden we wakker met een zonnetje, en het waait ook niet meer zo hard. Als we hebben ontbeten en aan de koffie zitten kijken we nog eens rond: het is eigenlijk heel lekker zeilweer!

We zijn al wat laat, maar we brengen snel de boot aan kant en varen La Rochelle uit voor de korte oversteek terug naar Ile d’Oleron.
Net een mooi tochtje, we lopen hard en zijn rond 14.30 uur al in St. Denis, ruim vóór Frank en Jill in de Spindrift (HR 36).

Als ze binnenlopen pakken we de lijntjes aan, en vraagt Jill ons of wij hebben gezeild? We kijken haar verbaasd aan: natuurlijk hebben we gezeild – het was hoog aan de wind, maar heerlijk zeilen.

Zij hebben alles op de motor gedaan, omdat Frank bang was te laat binnen te komen … vreemd, want we zeilden sneller dan we met de motor varen en volgens onze berekeningen hadden we nog zeker twee uur om binnen te lopen.
Jill snapte het ook allemaal niet zo, hadden we de indruk. Maar Frank is duidelijk niet in zijn hum, de sfeer is wat ongemakkelijk. Het feit dat ze te laat vertrokken omdat zij te laat terug was van het ‘shoppen’ in de stad zal er wel wat mee te maken hebben gehad….