Les Sables d’Olonne

Stond er gisteren een lekker windje door, als we vrijdag de 30e vertrekken is de wind weer zeer matig – ‘faible’ zeggen de Fransen. Maar na enige dagen op Ile d’Yeu verlangen wij naar een ‘change of scenery’ en we schuiven door naar de kust, naar Les-Sables-d’Olonne.

In eerste instantie wilden we dit links laten liggen, maar verschillende mensen verzekeren ons dat het beslist een eigen charme heeft. Vanmorgen raakte ik in gesprek met een Nederlander op Ile d’Yeu, die zijn boot in dit gebied heeft liggen en ieder jaar een vier maanden deze kant op komt en rondzeilt – je mag dus veronderstellen dat hij de leuke plekjes wel kent! Ook voor de omgeving van La Rochelle doet hij ons een paar goede tips aan de hand.

Het binnenlopen van Les-Sables is even opletten – hier kun je géén stukken afsnijden en we hoppen van kardinaal-boei naar kardinaal-boei tot we de ingang vrij zien liggen.
En die ingang kan niet missen – het is gróót hier, een groot strand, veel hotels / flats en een gigantische marina met alles d’r-op-en-d’r-an: bars, restaurants, winkels, makelaars, scheepswerven etc. Dit is dé plek waar de grote zeilraces starten, en er tienduizenden mensen op de been zijn hier!

Voor mij is dit dubbel interessant: de Ovni-fabriek (Alubat) staat hier in Les-Sables en de Ovni’s zijn in de marina zeer goed vertegenwoordigd. Dat worden dus wandelingetjes over de steigers …!
Vreemd genoeg zijn er verhoudingsgewijs weinig ‘bezoekende boten’ en wat er is, ligt verspreid door de haven – er is geen dedicated ‘pontoon visiteurs’, waardoor het lekker rustig is.
We zitten ’s avonds tot laat lekker buiten, het is rond 24.00 uur nog steeds ruim 20 graden buiten! We blijven een dag in Les Sables, het is héél warm en er staat geen windje ter verkoeling. In de boot loopt de temperatuur op naar 30 graden en dat ervaren we als ‘koel’ vergeleken met buiten!
We zijn er inmiddels ook achter dat we de bimini (een zonnetent die we twee jaar geleden speciaal hebben laten maken …) kwijt zijn: hij ligt in ieder geval niet op de boot …

Maar we hebben de Franse oplossingen voor problemen weer een aantal weken kunnen aankijken en nemen wat van die creativiteit over – en nu hangt dus het onderlaken, met wasknijpers vastgemaakt aan giek en verstaging als lichtblauwe zonnetent te wapperen! Werkt prima!

’s Avonds gaan we een hapje eten met Harold en Pam, Australiërs op een Ovni 435. Harold is meteoroloog, en zijn werk is het voorspellen van ‘floods’, overstromingen … en aangezien Australië al vijf jaar aan een, inmiddels, record-droogte lijdt kan hij wel wat langer vakantie nemen :).
Het is een wat eigenaardige situatie: ze hebben de boot al vorig jaar afgeleverd gekregen, en de boot is afgeladen met alle mogelijke opties en apparatuur: intrekbare boegschroef, watermaker, echt alle denkbare electronica, electrische rolzeilen – álles erop en eraan … maar ze zijn nog niet verder geweest als een tochtje naar La Rochelle (35 mijl verderop) en een tocht naar Guernsey voor registratie-doeleinden. En daar hebben ze een delivery-schipper voor gehuurd!
Als we ’s middags op hun boot een borreltje drinken, wordt hen net gevraagd een box op te schuiven … het is duidelijk dat ze nog niet veel gevaren hebben met het schip, want Harold maakt er een zeldzaam potje van. Er staat geen wind, maar de boegschroef maakt overuren, de motor staat óf vol vooruit óf vol achteruit – hij ziet kans de box volledig te missen, en tijdens de tweede poging wordt de buurboot hard geraakt. Vervolgens moeten de lijnen belegd worden op een manier die alleen Harold begrijpt….

We hebben de afgelopen dagen wel een belangrijke beslissing genomen: we nemen het weer en het gebrek aan wind zoals het is, en schrappen Noord-Spanje als bestemming – we keken met name uit naar de Ria’s na La Coruna, en dat betekent dat we eerst de hele Spaanse Noordkust nog afmoeten.
Anita wil ook graag nog een weekje naar Nederland als haar zuster uit Amerika met de nichtjes overkomt (medio augustus). Als we dit allemaal op een rijtje zetten, wordt het een strak tijdschema – waarvan we altijd hebben gezegd dat we dat niet willen.

We zijn dan ook de frustratie kwijt als het weer niet meewerkt (lees: als er geen wind staat), en we besluiten rustig verder Bretagne en de Vendee tot La Rochelle te verkennen, en de boot terug te brengen naar Nederland. Misschien kunnen we de Engelse zuid-kust meepakken.

Dit is een schitterend zeilgebied, we komen veel mensen tegen die hier al járen rondzeilen en we gaan het zo bekijken, niet als ‘doorgangsgebied’ naar Spanje – ja, het is druk, maar we hebben tot nu toe altijd een plaatsje weten te vinden en komen zelfs op plekjes die we anders vanwege voorspelde drukte niet zouden aanlopen: Belle Ile, Ile d’Yeu – als je je erop instelt, valt het eigenlijk iedere keer wel weer mee – we hebben pas één keer echt gestapeld gelegen.

Ile d’Yeux – een paradijsje …

We wilden vroeg weg, maar uiteindelijk is het toch 10.00 uur vóór we weg kunnen: bestemming is Ile d’Yeu en daar is het druk!
Zeer populair bij de Fransen zelf, en de Franse vakantiegangers trekken ook naar de eilanden.

We bereiden ons dan ook voor op weer een ‘gestapeld’ verblijf. Er staat zowaar wat wind, en we komen eerder aan dan verwacht … en we hebben mazzel: we worden door de ‘Bureau du Port’ dinghy naar een lege box gedirigeerd!

Als we ’s avonds langs de haven lopen zien we de boten die later binnen zijn gekomen weer 4,5,6 rijen dik naast elkaar liggen: het vakantie-seizoen is nu echt aangebroken! Zoals L’Herbaudier het níet had, zo heeft Ile d’Yeu het wél: een klein (3 x 10 km) eiland, maar gezellig, mooie strandjes, allemaal wit gestucte huisjes met luiken in blauw, geel en fel-rode kleuren – we weten direct dat we hier even van gaan genieten!

We huren weer fietsen, en gaan in stralend weer het eiland (half) rond, op ons gemak en we stoppen voor mooie strandjes: het water is kristalhelder, en zwemmen (volgens Anita …) een genot.
Ik vind de watertemperatuur met zo’n 17-18 graden wat aan de koele kant!

Kleine dorpjes, natuurschoon, marktjes naast de kerk – we begrijpen de populariteit van dit eiland! Morgen krijgen we bezoekers: vrienden uit Nederland zijn op de terugreis vanuit Spanje, maar doen dit op het gemak en zouden een rustdag inlassen hier in de omgeving. We hebben druk SMS- en telefonisch overleg en het resultaat is dat zij morgen op de ferry stappen en naar Ile d’Yeu komen, een nachtje bij ons op de boot slapen en de volgende dag de terugreis vervolgen. Anita en ik kijken er erg naar uit: we zijn alweer twee maanden onderweg, en we missen familie en vrienden wel!

Wekenlang hebben zij naar ons uitgekeken in Noord Spanje (ons reisdoel) en daar dit nogal duurde, hebben ze uiteindelijk maar besloten op de terugweg naar Nederland een tussenstop te maken en de boot naar ons te nemen: als Mozes niet naar de berg komt ….

Heerlijk om weer vertrouwde gezichten te zien! Milan (bijna 4) vind het allemaal het einde: de boottocht naar Ile d’Yeu, het slapen bij ons op de boot, alle touwtjes en lijntjes en echte ankers – van alles moet precies worden uitgelegd waar het voor dient.
Hij heeft uitgelegd gekregen dat hij moet doen wat de kapitein zegt, maar oppert na één uur al het volgende “plan”: we zijn allemáál kapitein, en hijzelf is ‘stuur-kapitein’. Ik weet nog net een ‘super-kapiteins-rol’ uit te onderhandelen ….

We huren weer fietsen en maken een korte rondrit over het eiland, met tussenstops op een mooi stuk strand en Le Meule, een heel klein droogvallend haventje aan de andere kant van het eiland.
Van al dat gefiets krijg je wel dorst … en het tempo van Erna en Anita ligt dan ook aanmerkelijk lager op het laatste stuk van het terras naar de boot: bier zakt nu eenmaal naar de benen!
Sjir wordt met tegenzin in een korte broek gehezen en ziet kans om ná drie weken Spanje tóch nog te verbranden!

’s Avonds praten wij zo goed als mogelijk bij, maar een avond is veel te kort. Het slapen met z’n allen op de boot gaat prima (vinden Anita en ik, want wij liggen riant in de voorkajuit …).  Milan heeft de achterkajuit gecharterd en Erna en Sjir wisselen elkaar gedurende de nacht daar af: één bij Milan, één op de bank in de kajuit.

Donderdag de 29e vertrekken ze helaas weer, rond het middaguur, dus geen gehaast. We zwaaien ze uit vanaf de balustrade van het Gare Maritime, en zien ze met stralende zonneschijn vertrekken. Het weer blijft fantastisch mooi, we hebben wat dat betreft géén klagen: we beginnen nu redelijk bruin te kleuren!
We beseffen ook weer eens wat een geluk we hebben dat we dit zo kunnen doen … zij zijn na drie weken al weer op de terugreis, wij zijn ruim twee maanden onderweg en ongeveer op de helft!

L’Herbaudier – Ile de Noirmoutier

Zaterdag 24 juli: we hadden graag doorgevaren naar Ile d’Yeu – maar dat is vandaag gesloten i.v.m. een zeilregatta. We hebben inmiddels maar een lijstje aangelegd van gesloten havens: er is altijd wel ergens een rondtrekkend circus, en de ontvangende marina gooit dan de deuren dicht voor bezoekers (ze moeten de 80-120 boten natuurlijk ook érgens laten!). Ook zijn er een aantal leuke plaatsjes die net dit jaar een grote renovatie van de haven doorvoeren, en dus ook gesloten zijn.

We blijven dus een dagje, en het is zulk mooi weer dat Anita de schaduw opzoekt om te lezen.
Maar het goede nieuws is dat er vanavond FEEST is in La Turballe … op ongeveer 50 meter van onze boot wordt een grote tent met heel grote luidsprekers opgezet en er wordt op de aanplakbiljetten een ‘Super Disco’ en Karaoke-avond (van 20.00 – 01.00 uur) beloofd. We gaan natuurlijk even kijken (we liggen waarschijnlijk toch tot 01.00 uur wakker…).

Terwijl we aan boord onze avondmaaltijd (verse mosseltjes!) eten, horen we als één van de eerste een heel geslaagde poging, een dame die een nummer van Edith Piaff vertolkt – maar de zangers en zangeressen daarna worden al een stuk valser …
Later op de avond wordt het knap druk en er zitten af en toe verbazend goede zangers tussen!

Wat ons opvalt is dat, hoe slecht of vals iemand ook zingt, er niemand wordt uitgelachen. Voor iedereen, kinderen van 6 en opa’s van 80 met de leesbril op, wordt even hard geklapt, er wordt volop meegezongen en het dorp heeft een prima avond.

Absoluut hoogtepunt, het kippenvel-moment van de avond is een man van een jaar of 65 die werkelijk prachtig “Emmenez-Moi” van Charles Aznavour ten gehore brengt. Blijkbaar kent iedereen dit nummer, er wordt door iedereen meegezongen en de man wordt aan het eind van de avond weer het podium opgesleurd om het nog een keer te zingen. Wij hebben de volgende dag de CD gescoord waar dit nummer opstaat ….

Zondag 25 juli staat er een klein beetje wind, en we schuiven weer een klein stukje op: naar L’Herbaudier op het eiland Ile de Noirmoutier … het schijnt bekend te staan op de ambachtelijke zoutwinning (we hebben op de markt het zee-zout wel zien liggen), maar als we ons verkenningsrondje lopen na aankomst weten we het al: wegwezen, hier.
Het is grappig hoe sommige plaatsjes direct leuk zijn, en je weet dat je daar een paar daagjes kunt of wilt blijven – en vaak weten we ook direct of iets ons niet aanstaat.

Dit plaatsje is daar een voorbeeld van! Wat ook niet helpt is dat we 3-4 rijen dik aan de enige bezoekerssteiger liggen … ze hebben weinig bezoekersplaatsen en we worden dus ‘gestapeld’. Dat is voor één nacht niet zo erg, maar leuk is het niet: de boten die weer naast ons worden gelegd moeten over ónze boot om naar de kant te komen, en het is dus ’s avonds een geklos over het dek van jewelste.

’s Morgens breekt het leukste moment aan: de boten die vroeg willen vertrekken moeten er dan tussenuit, en dat is altijd goed voor een hoop gedoe, lijnen die hopeloos in de knoop raken, boten die de verkeerde kant op drijven, gevloek en lichte paniek … wij wachten even af tot de rij achter ons wat is uitgedund en we zo wat ruimte krijgen!