Categorie archief: Tussendoortjes

Posts, zomaar, die niets met zeilen of fotografie te maken hebben …

Van Trinidad naar Varadero

Toch nog een pittige rit op het programma: we moeten om het gebergte heen naar Varadero, via Sancto Spiriti en Santa Clara. Vlakbij Trinidad is een mooi uitzichtspunt over de vallei des Ingenios, daar doen we een koffiestop.

Bij Sancto Spiriti, waar we kris-kras doorheen rijden op basis van de steeds vager wordende routebeschrijving (degene die die heeft opgesteld, lang geleden had een andere kilometerteller dan wij) vallen we terug op ‘autopista Santa Clara, por favor’ en worden we op het goede spoor gezet.

De autopista A1 – het klonk veelbelovend. Maar daar aangekomen treffen we een weg vol kuilen en gaten, en erger: lang geleden hebben ze wel de ene helft aangelegd, en besloten de andere helft ‘manana’ af te maken …
Dus het is ‘spookrijden’ waarbij je de middelste baan op eigen risico mag gebruiken om in te halen. Omdat er zo weinig verkeer is, blijkt het wel te doen, maar het schiet niet op: de vrachtwagens en auto’s die max. 40 kilometer per uur rijden zijn obstakels, en bij grote gaten duik je niet even naar links. Onze verwachting dat het ergens (het is toch de ‘snelweg’ naar Havana!) wel weer 2 x driebaans wordt wordt niet bewaarheid.

Op een hele merkwaardige manier slaan we af richting Santa Clara, we moeten draaien bij een benzinestation en weer terug voor de juiste afslag – die volgens ons gewoon ook aan onze kant lag. Vreemd.
In Santa Clara stoppen we op het plein der Revolutie, waar een groot standbeeld en het mausoleum van Ché Guevara zich bevinden. Best indrukwekkend, erg groot. Het is onwerkelijk hoe deze man nog leeft in het gedachtengoed hier, op ieder huis vind je wel een afbeelding met Ché! of Siempra erop – van heel klein tot heel groot.

We stoppen niet te lang, achteraf maar goed, want Varadero blijkt verder te zijn dan ingeschat en we schieten niet op over die kleine kutweggetjes met paard-en-wagens die érg ophouden. En voor het eerst in twee maanden… begint het te regenen.
Aangekomen bij het hotel Sol Sirenas Coral wordt het een tropische regenbui – het komt werkelijk met bakken naar beneden. We besluiten de huurauto maar direct terug te brengen, maar hadden graag een periscoop gehad … De wegen zijn er niet op berekend en af-en-toe staan we tot de dorpels in het water.

Groot voordeel was wel dat de man van de huurmaatschappij weinig trek had de auto in de stromende regen aan een nader onderzoek te onderwerpen … Er zat toch wel wat schade aan die er niet aan zat dat we hem kregen :) – gelukkig viel het niet echt op tussen de al wel aanwezige krassen en deuken. Volgens Ellis kunnen ze, als het getekende contract teruggeven, daar later niet op terugkomen … ik hoop dat ze gelijk heeft. Bewaar frustrerende herinneringen aan Zuid-Afrika – maar daar had ik de auto ook in elkaar gereden.

In het hotel schaffen we bij de receptie een Intercard voor een uur aan, maar het blijkt dat ze géén WiFi hebben … In de lobby staat één (!) aftandse PC die je kan gebruiken. En dit is een groot (all-inclusive) hotel. Er zitten ook nog mensen te wachten, dus we laten het maar voor wat het is.

Ik krijg altijd jeuk van ‘all-inclusive’ – het is het allemaal net niet. De koffie niet, de docktails niet, de gasten niet (volgens mij zijn 6 tattoos het verplichte minimum in de UK) en het eten niet.
Het is hier niet anders, met als klap op de vuurpijl de verplichte ‘musica’: net niet is zacht uitgedrukt, helemaal niet gaat echter ook te ver :).
Ze hebben ooit een cassettebandje met Engelstalige evergreens voorbij horen komen en baseren daar zeer losjes hun interpratie op … Bij flarden herkennen we de song-titel en een Engelstalig woord dat foenetisch nog te plaatsen is (als je het nummer kent). Maar de hakken zijn hoog en de rokjes kort, ze doen hun best dus het applaus is enthousiast.

Rustdag Trinidad

Wat is dit een andere stad dan Havana! We hebben het gevoel hier meer het echte Cuba te zien. Geen grote, pompeuze gebouwen maar heel veel kleine met rivierstenen geplaveide straten, of gewoon onverhard en stoffig.

Andere stijl huizen ook. Hoge entree, met vaak hoge ‘dubbele deuren’ en smalle hoge ramen met smeedwerk ervoor. Door de ramen kijk je zo de ‘woonkamer’ in … Zonder uitzondering zeer minimaal – een kleine tafel, twee schommelstoelen en een TV. Niks op de grond, kaal geverfd beton of tegels voor de meer gefortuneerden. Een evt. fiets of brommer wordt hier ’s avonds gewoon bijgezet. Ze leven simpelweg buiten, geen wonder zonder airco en als het om 23 uur gewoon nog 26-28 graden is :).

In de ochtend lopen we heel bewust van het toeristische centrum weg en komen in het echte Trinidad. Hier zien we de winkeltjes, een open raam meestal, waar de Cubanen hun inkopen doen en je met de gewone pesos (niet de CUC) kunt betalen.
Kapper? Op de veranda, 1 stoel en een tondeuse! Fietsenmaker? Op de stoep, voor de deuropening. Drankje? Daar wordt rietsuiker uitgeperst (mag een scheut rum bij).
Vis? Op de hoek staat een mannetje met vissen aan een haak in zijn handen. Knoflook? Er lopen twee mannen voorbij van top tot teen in strengen knoflook gehuld.
Nog steeds wordt hier met voedselbonnen gewerkt: iedere Cubaan krijgt maandelijks bonnen voor 2 kilo suiker, 4 kilo rijst etc.

Ook het centrale Plaza Mayor is leuk, wel veel toeristischer. Alles kost 1 CUC, van muziek tot op de foto met een ‘echte Cubaan’. We besluiten de kerktoren te beklimmen, daar heb je een mooi uitzicht op het plein. Het blijkt ook een Museum van de Revolutie te zijn (ieder stadje heeft er een: vooral veel foto’s, af-en-toe een verroest geweer), helaas zijn de teksten alleen in het Spaans.

Rond 12.30 uur kijken we elkaar aan – we hebben weer stevig getippeld, en in deze warmte ben je dat na een paar uur wel zat. We besluiten het strand op te zoeken. 14 km van Trinidad, op het uiterste puntje van het schiereiland ligt Playa Ancon, het mooiste strand in de omgeving.
Heerlijk geluierd daar … Eerst 8 biertjes gedronken (je moet véél drinken met deze warmte, zegt de reisgids) en een sandwich gegeten in de club bij het hotel, daarna twee bedjes onder zo’n strooien paddestoel met uitzicht op kristalhelder water van 23-24 graden – de Carieb van de foto’s.

Doordat hier vrijwel geen verkeer is, kun je de auto echt overal en direct kwijt – een luxe die we in Nederland niet meer kennen. Het meest toeristische plein in het stadje? Daar zet je ook je auto neer. Naar het strand? Auto neerzetten en 10 meter lopen. Hotel? Voor de deur!

Met het besef dat dit eigenlijk alweer de laatste dag van de vakantie is (morgen terugrijden naar Varadero en de huurauto inleveren), gaan we vanavond nog even genieten.
We hebben de Cancharra (typisch voor Trinidad) en de Piña Colada als lekkerste cocktails bestempeld (nog boven de Mojito) en in het restaurant hebben ze goede. Natuurlijk sluiten we de avond af met een bezoek aan Plaza Mayor, waar de grote trappen ’s avonds veranderen in een soort openluchttheater, en iedereen een afzakkertje komt halen.

Van Viñales naar Trinidad

Toch bezorgd door de verhalen van de lokaaltjes (zeker 8 ½ uur rijden, niet op één dag te doen) zitten we al rond 07.00 uur aan het ontbijt. In dit land wil je absoluut niet in het donker rijden (doen ze zelf ook niet!) en rond 19 uur is het al donker – ineens, alsof er een lichtknopje wordt omgedraaid.
Stiekum gaan we er vanuit dat ze rekenen met classic-Chevrolet snelheid (zo’n 50-60) en terecht: al rond 13.00 uur komen we aan in Cienfuegos, de geplande tussenstop. En zoals Piñar del Rio het niet had, heeft dit plaatsje het wél …
Mooi centraal plein met schitterende koloniale gebouwen eromheen, en natuurlijk de plaatselijke kerk in wit en roze. Netjes, kleurrijk, gemoedelijk.

We rijden nog door naar het schiereiland met haar mooie Palace – casino voor, museum na de revolutie. Op een terrasje, nippend aan een Christal, genieten we van de Cariebische sfeer: zon, windje, koud drankje, geen haast en uitzicht over mooi blauw water.

Trinidad is nog 1 ½ uur hier vandaan en langs de mooie kustweg, tussen gebergte en de zee rijden we rond 16.00 uur het stadje al binnen. En kan de zoektocht beginnen …
Een verkeerd kruisje op de meegestuurde plattegrond én het feit dat de bordjes van de Hostal op dat deel van de deur zitten dat naar binnen is geklapt ( en dus niet zichtbaar) maakt dat het even duurt voor we het gevonden hebben….

Maar door het zoeken hebben we al redelijk wat van de binnenstad gezien. Het voelt alsof je in de jaren ’30 rondrijdt! Kasseienstraten of helemaal geen bestrating, paarden voor de deur, fietstaxi’s, iedereen buiten.
Volgens de reisgids is Trinidad de plaats met het mooiste avond- en nachtleven van Cuba. En dat klopt wel. Overal hoor je live muziek naar buiten komen, en in het restaurantje waar we wat eten staat ook een jong stelletje te musiceren met trommels en gitaar. Best goed ook nog! Het lijkt wel of iedere Cubaan kan zingen of een instrument bespeelt, van jong tot oud.
En het is niet alleen een toeristen-opzet. Als we door de kleine straatjes lopen zie en hoor je ze ook muziek maken. Het zit echt in de aard van de Cubanen. Heel soms hoor je meer Westerse muziek (Beatles …), maar 99% is Cubaans.

We lopen ook nog even naar het centrale plein, ook hier overal muziek ( en touristen, erg veel touristen). We brengen ook een bezoek aan het lokale ‘muziekhuis’ waar een grote groep erg haar best stond te doen – maar die moeten nog even oefenen in hun samenspel. En een andere fluitist zoeken. Wel lekkere Pina Colada’s!